Sociale huurwoningen zijn tegenwoordig enkel nog beschikbaar voor lage inkomens. Tegelijkertijd is een groot deel van de woningen op de vrije markt onbetaalbaar geworden voor middeninkomens, voor verplegers, onderwijzers, starters, of mensen werkzaam in midden- en kleinbedrijf. Het model van de wooncoöperatie, waarin een collectief van bewoners eigenaar is van een wooncomplex, wordt door veel mensen gezien als een middel om het gat op te vullen dat is ontstaan in het middensegment. Amsterdam zet daarom in de komende jaren volop in om de groei van wooncoöperaties mogelijk te maken. Maar het is de vraag of het creëren van wooncoöperaties wel de juiste oplossing is. De tweedeling die hiermee ontstaat tussen lage inkomens die in sociale huurwoningen wonen en hogere inkomens die de middelen hebben om zichzelf te organiseren, lijkt hierdoor alleen maar groter te worden. Dit leidt tot segregatie.

Door de liberalisering van de woningmarkt en decentralisering van overheidstaken vanaf midden jaren negentig is er een einde gekomen aan de traditie van ruimtelijke ordering en volkshuisvesting onder leiding van de Rijksoverheid. In 2013 voerde het kabinet een verhuurdersheffing in voor woningcorporaties van 1,7 miljard euro. Twee jaar later werden de taken van corporaties beperkt tot beheer en bouw van sociale huurwoningen door de nieuwe Woningwet. Vanaf dat moment mochten corporaties geen ‘middenhuurwoningen’ meer aanbieden, wat als resultaat had dat middeninkomens uit de stad vertrekken.

Door de combinatie van de verhuurdersheffing en de beperking van taken, nam het aantal woningen dat jaarlijks door woningcorporaties gebouwd wordt drastisch af. Dit leidde tot een verontrustend tekort aan betaalbare huurwoningen in Nederland. Doordat corporaties geen middenhuurwoningen meer mogen verhuren, verdwijnen middeninkomens steeds vaker uit sociale woonblokken en kwetsbare wijken. In het afgelopen jaar bezocht ik voor mijn werk bij het Atelier Rijksbouwmeester een aantal van dit soort wijken. We merkten op dat er door de vaak eenzijdige instroom van kwetsbare huishoudens zoals ggz-patiënten, statushouders of mensen met schulden, problemen ontstaan met betrekking tot leefbaarheid. De sociale veerkracht verdwijnt uit deze wijken.

Om het woningtekort en de betaalbaarheid van wonen aan te pakken, wordt steeds vaker gekeken naar het model van de wooncoöperatie. Een wooncoöperatie is een combinatie van zelfbouw, huur en gemeenschappelijk wonen. De gemeente stelt grond ter beschikking, in ruil voor de garantie dat de te realiseren woningen beschikbaar blijven voor middeninkomens. Een bewoner koopt met eigen vermogen of een collectieve hypotheek een aandeel van de coöperatie en huurt daarna in feite van zichzelf. Bewoners zijn dus zowel mede-eigenaar als huurder van het te realiseren wooncomplex. Belangrijke beslissingen worden op democratische wijze genomen en sommige ruimten en voorzieningen worden met elkaar gedeeld. De hoogte van de huur wordt van tevoren en in overleg bepaald. Zo wordt voorkomen dat woningen die bedoeld zijn voor middeninkomens uiteindelijk voor hen onbetaalbaar worden.

Tijdens het symposiumTaking Back Housing dat de Rotterdamse Independent School for the City afgelopen maand organiseerde, vertelde Maarten van Poelgeest dat gemeente Amsterdam de ambitie heeft geformuleerd om dit soort wooncoöperaties de komende jaren een substantiële rol te geven bij het realiseren van betaalbare huurwoningen in de stad. Naast de sociale huursector voor lage inkomens en aan de andere kant de vrije sector, zou er ingezet moeten worden op dit systeem van wooncoöperaties. Een presentatie van het project De Warren in Amsterdam toonde aan dat een wooncoöperatie niet voor iedereen is weggelegd. Het oprichten van een coöperatie in Nederland blijkt een hele onderneming en vraagt verantwoordelijkheid van bewoners. Er moet veel overlegd worden om tot een democratisch besluit te komen. Opvallend aan het project van de Warren is dat het merendeel van de bewoners hoogopgeleid is en al kennis heeft van bouwen, organisatievormen en duurzaamheid.

Het is de vraag of het model van de wooncoöperatie het probleem van de betaalbaarheid van wonen in Nederland kan oplossen. Het lijkt vooralsnog vooral een middel te zijn om de behoeften van een specifieke goed georganiseerde midden/hoge inkomensgroep te vervullen: het gaat om mensen die met een gelijkgestemde groep een eigen woning willen bouwen.

Maar de stad vraagt om meer. Om betaalbare woningen te bouwen voor de middenklasse zou er ook gekeken moeten worden hoe het bestaande systeem van sociale huur verbeterd kan worden. De overheid zou de verhuurdersheffing moeten afschaffen, zodat er weer meer wordt geïnvesteerd in nieuwe woningen. Daarnaast zouden corporaties een veel ruimer toewijzingsregime moeten krijgen, zodat ook middeninkomens een betaalbare woning kunnen vinden in de sociale sector. Dit zou gepaard moeten gaan met een uitbreiding van nieuwe woontypen en een renovatie van de huidige voorraad. Op deze manier kunnen er weer gemengde wijken ontstaan, waarin verschillende mensen samenleven, waarin verschillende mensen elkaar kunnen helpen en stimuleren.

 

*Deze blog is op persoonlijke titel geschreven

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *